Wat is PRO

Het praktijkonderwijs(PRO) is een vorm van voortgezet onderwijs. De leerlingen uit de eerste en twee klassen krijgen een groot aantal praktische vakken waaronder koken, metaal, techniek, groen, hout en wonen. De bij deze vakken aangeleerde vaardigheden worden getraind in diverse didactische werkvormen. Verder krijgen de leerlingen aangepaste basisvorming waaronder de vakken Nederlandse taal, rekenen/wiskunde, praktische arbeids- en loopbaanoriëntatie, maatschappelijke en culturele oriëntatie, informatiekunde, godsdienst en lichamelijke opvoeding. Vanaf de tweede klas is de leerling bezig met een assessment. Uit dit uitgebreide onderzoek komt naar voren wat de leerling kan en wat hij leuk vindt. Vanaf het derde schooljaar gaat de leerling zich verdiepen in een branche. Branches waar de leerlingen uit kunnen kiezen zijn:

• Detail
• Horeca
• Groen
• Metaal
• Productiewerk

Vanaf januari in het derde leerjaar gaan de leerlingen stagelopen bij een bedrijf of instelling die past bij de door hen gekozen branche.




In het vierde en vijfde leerjaar kunnen de leerlingen een aantal certificaten en diploma's behalen voor de door hen gekozen branche. Daarnaast kunnen ze zich inschrijven voor de volgende cursussen:

• Heftruck (certificaat)
• Schoonmaak in de groothuishouding (certificaat)
• VCA (diploma)
• Lassen (diploma)
• Veilig omgaan met de motorkettingzaag (certificaat)
• Veilig omgaan met de bosmaaier (certificaat)
• Trekker (rijbewijs)

Praktijkonderwijs is voor de meeste leerlingen eindonderwijs. De leerlingen worden daarom voorbereid op het uitoefenen van assisterende werkzaamheden op de arbeidsmarkt en krijgen de mogelijkheid om via stages in de praktijk te leren. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan wonen, burgerschap en een zinvolle vrijetijdsbesteding.

 

  Kenmerken van het praktijkonderwijs
• Les in kleine groepen.
• Uitdagend en uitnodigend onderwijs.
• Leren door zelf te doen.
• Ontwikkeling via praktijklessen en stages.
• Actief en zelfstandig bezig zijn.
• Vergroting van welzijn van de leerlingen op school en in
  de maatschappij.
• Gericht op wonen, werken, vrije tijd en burgerschap.